Het doel van toetsen is het objectief checken of de leerkracht de ontwikkelingen van het kind juist heeft gezien. De observaties en signaleringen van de leerkrachten zijn dagelijks structureel vastgelegd, terwijl de toetsen maar een aantal keer per jaar worden afgenomen. Met behulp van valide toetsing, zoals bijvoorbeeld Cito, worden de resultaten van het kind in beeld gebracht. Wij kijken niet alleen naar de landelijke gemiddelde norm, maar vooral naar de zichtbare ontwikkeling van het kind zelf ten opzichte van zijn vorige toetsing.

De toetsperiodes zijn in januari en mei/juni. De kinderen worden dan getoetst op het gebied van rekenen en wiskunde, spelling, woordenschat, technisch lezen en begrijpend lezen.

Genormeerde toetsen geven aan wat een kind t.o.v. het landelijk gemiddelde op het moment van toetsen beheerst.